Rb. Den Haag 7 juli 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:10430
De beroepen zien op de voor de jaren 2017, 2018 en 2019 opgelegde aanslagen IB/PVV en de voor de jaren 2020, 2021 en 2022 opgelegde voorlopige aanslagen IB/PVV. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de bezwaarschriften tegen de aanslagen terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Een wijziging in juridisch inzicht, ingegeven doordat kennis wordt genomen van nieuwe, na het verstrijken van de bezwaartermijn gewezen, jurisprudentie, brengt niet mee dat de bezwaartermijn verschoonbaar is overschreden. Ook de bezwaarschriften tegen de voorlopige aanslagen zijn terecht niet-ontvankelijk verklaard. De voorlopige aanslagen zijn niet voor bezwaar vatbaar. De verzoeken om herziening van de voorlopige aanslagen zijn naar oordeel van de rechtbank terecht afgewezen. Ten aanzien van het hoorrecht overweegt de rechtbank dat verweerder dit recht heeft geschonden. Omdat eiser niet is benadeeld door de gang van zaken heeft de rechtbank de uitspraak op bezwaar in stand gelaten. Beroepen ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl