Rb. Den Haag 2 februari 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:1008

Richtlijn tijdelijke bescherming, Regeling tijdelijke bescherming, Oekraïne, sticker, O-document, capaciteitsgebrek, standaardbrief, besluit- en vertrekmoratoriumopvang, asielaanvraag, formaliseren, Ter Apel, toegang tot de arbeidsmarkt, gemeentelijke opvangvoorzieningen, bezwaar, rechtmatig verblijf, persoonlijke omstandigheden, belangenafweging, artikel 3.9a VV 2000 De voorzieningenrechter volgt verweerder niet in de stelling dat het besluit, hoewel summier, voldoende is gemotiveerd. Het in deze zaak ingenomen standpunt van verweerder strookt niet met het standpunt dat recent in soortgelijke zaken door verweerder is ingenomen waarin is erkend dat de besluiten geen motivering bevatten waarin de omstandigheden van aanvragers kenbaar zijn betrokken omdat noodgedwongen is gekozen voor een standaardbrief omdat het gaat om aanzienlijke aantallen en het beter en meer motiveren van de afwijzingen tot een capaciteitsgebrek bij de IND en tot aanzienlijke vertragingen in het proces leiden. Verweerders huidige standpunt dat een verdere motivering niet noodzakelijk is nu het enkel gaat om aan de hand van de gegevens in het paspoort vast te stellen of verzoekster onder de Richtlijn tijdelijke bescherming valt of niet en haar persoonlijke feiten en omstandigheden niet maken dat zij wel voldoet aan de voorwaarden, wordt niet gevolgd. Verweerder had bij de beoordeling niet zonder meer voorbij mogen gaan aan de persoonlijke omstandigheden van verzoekster en had zich niet uitsluitend mogen baseren op de gegevens in het paspoort maar ook de omstandigheid dat zij als gevolg van het besluit niet langer aanspraak kan maken op de eerder aan haar toegekende rechten die gelden voor tijdelijke beschermden bij de besluitvorming moeten betrekken. Door verweerder zijn de gevolgen van de afwijzing onjuist weergegeven. Het besluit vermeldt dat als verzoekster besluit om geen asielaanvraag in te dienen, zij Nederland in beginsel moet verlaten en dan ook geen opvang en voorzieningen ontvangt. Deze mededeling is naar het oordeel van de voorzieningenrechter onjuist nu verzoekster reeds een asielaanvraag heeft ingediend toen zij het M35-H formulier indiende bij verweerder. Verzoekster heeft dus rechtmatig verblijf hangende de beoordeling van haar asielaanvraag en hoeft Nederland niet, ook niet in beginsel, te verlaten. Dat verzoekster deze aanvraag nog moet formaliseren in Ter Apel maakt dit niet anders. Deze plicht om Nederland te verlaten kan immers pas eerst ontstaan nadat verweerder een definitief besluit heeft genomen op de asielaanvraag, hetgeen verweerder met het bestreden besluit niet heeft gedaan en wat gelet op het besluit- en vertrekmoratorium verweerder op dit moment ook niet kan doen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de belangen van verzoekster om gebruik te kunnen maken van de gemeentelijke voorzieningen en toegang te blijven houden tot de arbeidsmarkt zwaarder wegen dan het belang van verweerder bij afwijzing van het verzoek. Hierbij betrekt de voorzieningenrechter dat verzoekster een lopend arbeidscontract heeft overgelegd waarmee het voor haar mogelijk is om in haar eigen levensonderhoud te voorzien en niet afhankelijk te zijn van algemene middelen. Het verzoek wordt toegewezen in die zin dat verzoekster dient te worden behandeld als ware zij in het bezit van een sticker in haar identiteitsdocument dan wel een O document en zij in aanmerking komt voor gemeentelijke (opvang)voorzieningen en het uitoefenen van arbeid in loondienst tot vier weken nadat op het bezwaar is beslist.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken