Rb. Den Haag 20 september 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:9716
Eiseres is belastingplichtig voor de omzetbelasting en verricht zowel economische als niet economische activiteiten. Aan de omstandigheid dat de administratie van eiseres voor de heffing van omzetbelasting niet geheel voldoet, kan niet het gevolg verbonden worden dat in het geheel geen recht op teruggaaf bestaat. De bij eiseres in rekening gebrachte omzetbelasting moet deels worden toegerekend aan haar economische activiteiten. Verweerder staat een pro-rata voor die is gebaseerd op de inkomsten die eiseres met haar economische activiteiten genereerd en de subsidie die zij jaarlijks ontvangt; eiseres bepleit een pro-rata waarbij aansluiting wordt gezocht bij de taken van haar personeelsleden. Naar het oordeel van de rechtbank voldoen beide verdeelsleutels niet. De rechtbank stelt het deel van de bij eiseres in rekening gebrachte omzetbelasting dat moet worden toegerekend aan economische activiteiten in goede justitie vast. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl