Rb. Den Haag 5 september 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:9101

Bewaring – Indonesië – onvoldoende voortvarend handelen - eiseres heeft verwezen naar de “Kaderovereenkomst inzake een breed partnerschap en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar Lidstaten enerzijds en de Republiek Indonesië anderzijds” waarin onder meer afspraken zijn gemaakt voor spoedige en eenvoudige terugname van Indonesische onderdanen – op de website van de DT&V wordt niet verwezen naar deze Kaderovereenkomst en uit het handelen van verweerder blijkt ook niet dat de procedure uit deze Kaderovereenkomst is gevolgd – het nog geldige paspoort van eiseres is in december 2019 ingenomen door de Avim, de Avim heeft dit paspoort verstuurd naar Bureau Documenten en eiseres heeft dit paspoort nimmer zelf opgehaald – verweerder is hiervan op de hoogte maar neemt aan dat het paspoort “kwijt” is, berust hierin en geeft eiseres € 50,- ter compensatie voor het kwijtmaken van het paspoort - verweerder had aanstonds na oplegging van de maatregel contact op moeten nemen met Bureau Documenten en het paspoort van eiseres moeten ophalen of moeten laten opsturen en anders moeten (laten) nagaan aan wie Bureau Documenten dat paspoort heeft afgegeven - indien verweerder immers in het bezit van het geldige paspoort is van eiseres kan eenvoudig een vliegticket worden aangeschaft en omdat eiseres heeft verklaard mee te zullen werken aan haar vertrek en ook de Covid-test te zullen ondergaan had de feitelijke uitzetting zeer kort na de inbewaringstelling kunnen worden gepland en gerealiseerd – er zijn dus twee separate redenen om te oordelen dat verweerder onvoldoende voortvarend aan de uitzetting van eiseres heeft gewerkt – de maatregel is van aanvang af onrechtmatig – beroep gegrond, opheffing maatregel en onmiddellijke invrijheidstelling eiseres.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen