Rb. Den Haag 21 april 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:7677

Vordering van werknemer om voor recht te verklaring dat de omvang van de arbeidsovereenkomst tussen partijen per 1 juli 2019 49 uur per week bedraagt en veroordeling van werkgever tot betaling van (achterstallig) loon, wettelijke rente en wettelijke verhoging. Gevorderde verklaring voor recht en de daarop gebaseerde vorderingen niet toewijsbaar. Er is sprake van incidentele overuren. Werknemer heeft de berekening van het achterstallige loon door de werkgever onvoldoende weersproken. Nu dit bedrag reeds betaald is, zijn enkel buitengerechtelijke incassokosten, wettelijke rente en wettelijke verhoging toewijsbaar zijn over het door de werkgever berekende bedrag.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen