Rb. Den Haag 8 juli 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:6641
Statushouders Bulgarije – tussenuitspraak- de rechtbank doet vandaag een tussenuitspraak in twee procedures van Syrische gezinnen die een aantal jaar geleden internationale bescherming in Bulgarije hebben gekregen – uit algemene informatie lijkt te volgen dat Bulgarije een nationaalrechtelijke grond voor intrekking dan wel beëindiging van een internationale beschermingsstatus heeft gecreëerd in het geval statushouders hun Bulgaarse identiteitsdocumenten en/of verblijfsrecht niet tijdig hebben verlengd - het Vluchtelingenverdrag en de Kwalificatierichtlijn bevatten echter een limitatieve opsomming van de gronden om tot intrekking, beëindiging of niet verlenging van een internationale beschermingsstatus over te gaan – de rechtbank stelt verweerder in de gelegenheid zich nader te vergewissen bij de Bulgaarse autoriteiten door de door de rechtbank geformuleerde vragen voor te leggen – de vragen van de rechtbank hebben betrekking op deze mogelijke nationaalrechtelijke intrekkingsgrond, de procedurele waarborgen bij een dergelijke intrekking en de vraag of indien wordt overgegaan tot intrekking op deze grond eisers een opvolgende aanvraag moeten indienen als zij stellen nog immer bescherming nodig te hebben - verweerder dient zich tevens nader te vergewissen over het bestaan van een Catch 22-situatie als het gaat om toegang tot huisvesting en het kunnen en moeten beschikken over identiteitspapieren – de rechtbank overweegt reeds nu dat de rechtbank in een volgende fase van deze procedures mogelijk het Bulgaarse Helsinki Comité schriftelijk of ter zitting vragen gaat stellen over de actuele situatie voor statushouders in Bulgarije en in een latere fase van deze procedures mogelijk de UNHCR zal verzoeken om een benoeming als deskundige te aanvaarden – verweerder dient binnen twee weken kenbaar te maken of hij bereid is uitvoering te geven aan deze tussenuitspraak door zich te vergewissen bij de Bulgaarse autoriteiten.
De uitspraak op rechtspraak.nl