Rb. Den Haag 7 juli 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:6617

Interpretatie artikel 5 lid 2 WNI zoals dat luidde op 17 oktober 1955. Uit de tekst van artikel 5 lid 2 WNI, volgt naar het oordeel van de rechtbank voldoende duidelijk dat staande het huwelijk een wijziging moet hebben plaatsgevonden, waardoor de vrouw alsnog dezelfde nationaliteit als haar echtgenoot heeft verkregen. Hiervan is in het geval van de moeder van verzoeksters geen sprake: zij bezat voorafgaand aan het huwelijk al (tevens) de Israëlische nationaliteit. De Israëlische nationaliteitswetgeving leidde er dus bij het aangaan van het huwelijk niet toe dat zij alsnog de Israëlische nationaliteit verkreeg. Dat gebeurde evenmin tijdens het huwelijk op enig later moment voorafgaand aan de geboorte van verzoeksters. Verlies van de Nederlandse nationaliteit was in dit geval ook niet nodig om eenheid binnen het gezin te realiseren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken