Rb. Den Haag 27 mei 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:5653

Bij uitblijven van betaling van de fijnstoftoeslag motorrijtuigenbelasting over drie tijdvakken heeft verweerder over deze drie tijdvakken naheffingsaanslag aan eiseres opgelegd. De rechtbank is van oordeel dat de naheffingsaanslagen terecht aan eiseres zijn opgelegd. De auto heeft een datum eerste toelating van vóór 2009. Op grond van artikel 23, vijfde lid, van de Wet motorrijtuigenbelasting 1994 wordt de auto geacht een fijnstofuitstoot te hebben die tot verschuldigdheid van fijnstoftoeslag leidt, tenzij eiseres bewijs levert dat de auto minder vervuilend is dan de in artikel 23, vijfde lid, van de Wet MRB gestelde norm. Verweerder mag daarbij uitgaan van de gegevens die volgen uit het kentekenregister. Eiseres dient zich tot de RDW te wenden en daar te informeren naar de mogelijkheden om de lagere uitstoot te bewijzen. Dat sprake is van strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel, het verbod van willekeur, het verbod op détournement de pouvoir of een motiveringsgebrek is de rechtbank niet gebleken. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken