Rb. Den Haag 20 april 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:4972
Asiel, Ivoriaans Verweerder heeft de gehoren niet op een zorgvuldige wijze afgenomen en heeft in strijd met Werkinstructie 2020/5 gehandeld door niet te onderzoeken waar de miscommunicatie tijdens de gehoren uit bestond en of daarin verbetering aangebracht kon worden. Verder is de rechtbank van oordeel dat verweerder ten onrechte de etniciteit van eiseres, Dioula, niet als relevant element heeft aangemerkt. Eiseres had verder bevraagd moeten worden over haar etniciteit en eventuele problemen die zij stelt te hebben gehad. De rechtbank stelt voorts vast dat eiseres de enkele externe geloofwaardigheidsindicator die verweerder in het voornemen heeft aangehaald voldoende heeft weerlegd met andere externe bronnen. Niet is gebleken dat verweerder deze bronnen voldoende heeft betrokken bij de beoordeling. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gemotiveerd waarom de betrokkenheid bij de politieke partij GPS ongeloofwaardig wordt geacht. Het beroep is gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl