Rb. Den Haag 20 mei 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:4848
Eiser heeft dus belang bij de beoordeling van zijn beroep, omdat zijn asielaanvraag mede dient te worden aangemerkt als een verzoek om opheffing van zijn ongewenstverklaring. Verweerder heeft eisers asielaanvraag ten onrechte niet als zodanig opgevat. De rechtbank volgt eiser daarom in zijn stelling dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat wat eiser heeft aangevoerd geen raakvlakken heeft met de artikel 7-procedure. Eiser betoogt immers gemotiveerd dat hij zich bij problemen vanwege zijn seksuele geaardheid in Polen niet kan wenden tot een onafhankelijke rechter. Dat de artikel 7-procedure niet expliciet is uitgebreid met de vraag of voor LHBTI-ers bescherming mogelijk is in Polen, is daarom niet relevant.
De uitspraak op rechtspraak.nl