Rb. Den Haag 13 mei 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:4701

De termijn voor het instellen van een vordering tot vernietiging van het arbitrale vonnis als bedoeld in art. 1064a Rv is ongebruikt verstreken. Het verzoek moet daarom worden beoordeeld aan de hand van het in art. 1063 lid 2 Rv opgenomen toetsingskader, hetgeen meebrengt dat de voorzieningenrechter het verlof tot tenuitvoerlegging van het arbitrale vonnis slechts kan weigeren als hem na summierlijk onderzoek is gebleken dat het vonnis, of de wijze waarop het vonnis tot stand is gekomen, in strijd is met de openbare orde, zoals bepaald in art. 1065 Rv, eerste lid, sub e Rv. Gesteld noch gebleken is dat dit in de onderhavige casus het geval is. Het verlof zal daarom worden verleend.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen