Rb. Den Haag 26 april 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:3851

Eisers stellen dat PMT in strijd handelt met het eigendomsrecht van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie door de pensioenuitkering sinds 2008 niet meer te verhogen (indexeren) en vorderen in dit verband een verklaring voor recht. Deze vordering is afgewezen. Voor de deelnemers van PMT bestaat geen recht (met enige vermogenswaarde) om aanspraak te maken op de toekenning van de verhoging van de pensioenuitkeringen. Dit betreft slechts een onzeker uitzicht tot waardevermeerdering van de pensioenuitkering en is niet te beschouwen als een eigendomsrecht. Zelfs wanneer ‘de pensioenuitkering’ van de deelnemers als zodanig wel kan worden beschouwd als een eigendomsrecht en dat recht is aangetast doordat het niet is verhoogd terwijl de koopkracht van de deelnemers is gedaald, levert deze aantasting geen strijd op met het eigendomsrecht van het Handvest. De beperking op het eigendomsrecht is namelijk toegestaan omdat deze (i) bij wet is gesteld, (ii) de wezenlijke inhoud van het pensioenrecht eerbiedigt, (iii) noodzakelijk is en (iv) beantwoordt aan de doelstellingen van algemeen belang.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken