Rb. Den Haag 31 maart 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:3356
Verzoeken verklaring voor recht en inschrijving van de buitenlandse geboorteakte in de registers van de burgerlijke stand toegewezen. Verzoeker is als baby buiten zijn schuld om het slachtoffer geworden van illegale adoptie door middel van verduistering van staat. De buitenlandse ambtenaar heeft de geboorteakte opgesteld op basis van een onjuiste aangifte door de juridische ouders die verzoeker als hun eigen kind hebben opgegeven. Het staat niet ter discussie dat de akte door een daartoe bevoegde instantie en overeenkomstig de plaatselijke voorschriften is opgemaakt. Wel moet worden afgeleid dat aan de rechtshandeling die tot het opstellen van de geboorteakte heeft geleid geen behoorlijk onderzoek is voorafgegaan, hetgeen in beginsel aan erkenning van de geboorteakte in de weg staat. Door het Openbaar Ministerie is geconcludeerd dat de inschrijving van deze geboorteakte geen strijdigheid oplevert met de openbare orde, waarbij het OM uitdrukkelijk de gang van zaken voorafgaand aan het maken van de geboorteakte heeft betrokken. De rechtbank onderschrijft die conclusie van het OM. Een andersluidend oordeel zou bovendien in strijd zijn met artikel 8 EVRM. Verzoeker voert ruim veertig jaar de staat overeenkomstig de geboorteakte en zijn werkelijke identiteit is onbekend. Als verzoeker de verduistering van staat niet had gemeld, dan had de ambtenaar de geboorteakte ingeschreven, waardoor verzoeker zich bloot had gesteld aan strafvervolging wegens het plegen van een strafbaar feit. Verzoek tot verbetering oudergegevens wordt afgewezen. Verwijdering van de juridische ouders uit de geboorteakte heeft als gevolg dat verzoeker tegenover de Nederlandse Staat niet zal kunnen bewijzen dat hij afstamt van de juridische ouders en levert nationaliteitsproblemen op. De ambtenaar wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld.
De uitspraak op rechtspraak.nl