Rb. Den Haag 14 december 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:14586

Verweerder heeft niet deugdelijk gemotiveerd dat Polen ten aanzien van eisers te verwachten detentie zijn internationale verplichtingen nog nakomt. Daarnaast gaat verweerder eraan voorbij dat de Poolse overheid zich op twee punten – wat betreft de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en bij de pushbacks aan de grens bij Belarus – niet houdt aan het EU-recht en op twee specifieke, voor eiser van belang zijnde punten ook het EU-recht schendt, of ten minste tart, namelijk wat betreft de situatie voor lhbti’ers en bij de detentieomstandigheden. Verweerder had nader onderzoek moeten doen en deugdelijk, op deze samenhangende omstandigheden toegespitst, moeten motiveren dat het redelijk is om van eiser te verwachten dat hij zich bij problemen tot de Poolse autoriteiten wendt. Het beroep is gegrond en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken