Rb. Den Haag 17 november 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:14038
De rechtbank oordeelt dat verweerder eisers aanvraag op grond van de Dublinverordening (Dvo) niet in behandeling heeft hoeven nemen omdat België voor de aanvraag verantwoordelijk is. Eisers beroepsgrond dat uit de acceptatie van de Dublin claim blijkt dat hij zijn aanvraag heeft ingetrokken en hij een beroep kan doen op de bepalingen in hoofdstuk III van de Dvo slaagt niet. Eiser kan in beginsel geen beroep doen op bepalingen uit hoofdstuk III van de Dvo als, zoals in zijn geval, er sprake is van een terugnamesituatie. Als uitzondering op deze hoofdregel geldt dat eiser wel een beroep kan doen op de bepalingen als blijkt dat hij zijn in België ingediende asielverzoek (impliciet) heeft ingetrokken terwijl daar de procedure tot het vaststellen van de verantwoordelijke lidstaat nog niet is afgerond. In deze zaak heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat deze uitzonderingssituatie zich voor deed. Daarnaast slaagt ook eisers beroepsgrond dat België zijn internationale verplichtingen niet nakomt en hij daarom niet aan België mag worden overgedragen niet.
De uitspraak op rechtspraak.nl