Rb. Den Haag 29 november 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:13712
In deze zaak heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat eiseres als langdurig ingezetene niet heeft aangetoond dat haar onderneming geen zelfstandig duurzame middelen verwerft. Voor de uitleg van het middelenvereiste uit richtlijn 2003/109/EG kan aansluiting worden gezocht bij het gelijkluidende middelenvereiste uit richtlijn 2003/86/EG. Ten aanzien van de duurzaamheid heeft verweerder ten onrechte nagelaten om de door de arresten Chakroun en Khachab voorgeschreven concrete individuele beoordeling te maken of de inkomsten van de onderneming volstaan om eiseres te onderhouden. Ten aanzien van de zelfstandigheid heeft verweerder ten onrechte tegengeworpen dat eiseres niet ook de andere in paragraaf B6/4.5 van de Vc 2000 en op het aanvraagformulier genoemde stukken heeft overgelegd. Deze stukken worden alleen gevraagd ten behoeve van een adviesaanvraag aan het Ministerie van Economische Zaken. Zo’n advies wordt gelet op artikel 3.30, vijfde lid, van het Vb 2000 niet gevraagd voor langdurig ingezetenen die zich hier te lande als zelfstandige willen vestigen. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl