Rb. Den Haag 15 februari 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:1123

Mvv, gezinshereniging, pleegkind. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres afgewezen op grond van artikel 4:6 van de Awb. De rechtbank is van oordeel dat verweerder ten onrechte van het horen in bezwaar heeft afgezien, omdat geen sprake is van een kennelijk ongegrond bezwaar. Daarvoor is allereerst van belang dat de rechtbank in de vorige procedure maar één van de cumulatieve afwijzingsgronden heeft besproken, welke nu door eiseres alsnog is onderbouwd. Verder is van belang dat verweerder het zwaartepunt van de afwijzing in het bestreden besluit heeft verschoven naar een aspect dat eerder slechts zijdelings aan bod is gekomen, zodat eiseres daar niet goed op heeft kunnen reageren. Tot slot heeft verweerder niet kenbaar alle door eiseres ingebrachte stukken en verklaringen in zijn beoordeling betrokken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen