Rb. Den Haag 5 oktober 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:10531
Vreemdelingenwet, ontvankelijkheid bezwaar en beroep, deugdelijkheid ‘verzendhuis’, evenredigheid De uitspraak gaat over de deugdelijkheid van het postverzendings(registratie)systeem van de IND: Indigo in combinatie met het ‘verzendhuis’. Kern van het geschil is of eiser tijdig bezwaar heeft gemaakt c.q. tijdig beroep heeft ingesteld. Eiser stelt de betreffende besluiten niet te hebben ontvangen. Dit betekent dat het aan verweerder is om aannemelijk te maken dat de besluiten naar het juiste adres zijn verzonden. Om daarvan uit te kunnen gaan is vereist dat verweerder over een deugdelijke verzendadministratie beschikt waaruit de verzending op de genoemde data blijkt. Eiser betwist dat Indigo en het ‘verzendhuis’ een deugdelijk postverzendings(registratie)systeem vormen. Ter zitting heeft verweerder uitgebreid en gedetailleerd uitleg gegeven van het postverzendings(registratie)systeem, mede aan de hand van screenshots uit Indigo. De conclusie is dat het gehele verzend(registratie)proces, ondanks dat het niet volledig geautomatiseerd is en geen registratiemoment heeft vlak voorafgaand aan de deponering van een poststuk in de postzak, met zodanige waarborgen is omkleed dat het nagenoeg uitgesloten is dat er fouten in de postverzending en in de registratie daarvan worden gemaakt. Dit maakt dat Indigo en het verzendhuis tezamen een deugdelijk postverzendings(registratie)systeem vormen. Concreet betekent het voorgaande dat als een poststuk in Indigo de status “bericht verwerkt” heeft gekregen, onder vermelding van een datum, aangenomen kan worden dat het desbetreffende poststuk daadwerkelijk op die datum is verzonden. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank aannemelijk gemaakt dat de besluiten waar het in deze procedure om gaat tijdig naar het adres van eisers gemachtigde zijn verzonden. Dit rechtvaardigt het vermoeden dat deze besluiten door eisers gemachtigde zijn ontvangen. Eisers gemachtigde is er niet in geslaagd dit vermoeden te ontzenuwen door feiten te stellen op grond waarvan de ontvangst redelijkerwijs kan worden betwijfeld. Er zijn geen feiten aangedragen die twijfel oproepen over een adequate postbezorging op het desbetreffende adres in de desbetreffende periodes. De enkele stelling van eisers gemachtigde dat hij deze besluiten nooit op zijn adres heeft ontvangen, maar deze pas heeft ontvangen nadat hij verweerder in gebreke heeft gesteld, is niet voldoende om de ontvangst redelijkerwijs te betwijfelen.
De uitspraak op rechtspraak.nl