Rb. Den Haag 5 februari 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:878

Maatregel van bewaring is op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000 opgelegd. De rechtbank is van oordeel dat niet in alle gevallen zonder meer van het uitgangspunt, zoals genoemd in de uitspraak van de Afdeling van 19 oktober 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2852), – dat bewaring noodzakelijk is ter verkrijging van de noodzakelijke gegevens reeds wanneer voldoende is gemotiveerd dat er een risico op onttrekking van toezicht is – kan worden uitgegaan, maar dat dit uitgangspunt in dit geval wel opgaat. Artikel 59b, eerste lid onder b, van de Vw 2000 is de implementatie van artikel 8, derde lid, onder b van de Richtlijn 2013/33/EU. Uit dit artikel blijkt dat sprake moet zijn van twee vereisten, namelijk (vereiste 1) om de gegevens te verkrijgen die ten grondslag liggen aan het verzoek om internationale bescherming en (vereiste 2) die niet zouden kunnen worden verkregen als de betrokkene niet in bewaring zou worden gehouden, met name in geval van risico op onderduiken van de verzoeker. Een unierechtelijke uitleg van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000 brengt naar het oordeel van de rechtbank met zich mee dat gemotiveerd wordt of in ieder geval komt vast te staan dat aan beide vereisten wordt voldaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken