Rb. Den Haag 9 augustus 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:8682

Vreemdelingenrecht, bewaring o.g.v. de Dublinverordening. Arrest Amayry en maximum bewaringstermijn. Als verweerder bij een voorgaande maatregel van bewaring reeds een periode van zes weken – dan wel een periode die de duur van zes weken niet ruimschoots overschrijdt – heeft gehad om de overdracht geldig uit te voeren, kan hij de vreemdeling vervolgens niet opnieuw in bewaring stellen om diezelfde overdracht uit te voeren. Eiser heeft bij een voorgaande maatregel al bijna vijf weken op grond van artikel 59a Vw met het oog op zijn overdracht naar Zwitserland in bewaring gezeten. Eiser kon desondanks opnieuw met het oog op zijn overdracht naar Zwitserland in bewaring worden gesteld, omdat de zeswekentermijn van artikel 28 van de Dublinverordening in totaal niet ruimschoots wordt overschreden. Zijn vlucht staat binnenkort gepland. Bewaring duurt vooralsnog rechtmatig voort. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken