Rb. Den Haag 21 juni 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:7201

AKW. Terugvordering en boete. Het dossier bevat geen (primair) terugvorderingsbesluit. Het gedeelte van het bestreden besluit wordt aangemerkt als een primair besluit. Het beroepschrift, voor zover gericht tegen de terugvordering, wordt aangemerkt als bezwaarschrift. De rechtbank verklaart zich ambtshalve onbevoegd om kennis te nemen van het beroepschrift op dit punt en zal het doorsturen naar verweerder ter behandeling als bezwaarschrift. Wat betreft de boete oordeelt de rechtbank dat eiser de op hem rustende inlichtingenverplichting heeft geschonden door niet tijdig te melden dat zijn kinderen niet meer bij hem woonden. Verweerder was derhalve gehouden een boete op te leggen. In eerste instantie heeft verweerder een boete van 50% van het benadelingsbedrag opgelegd. Naar aanleiding van het bezwaar heeft verweerder de boete verlaagd naar 25% van het benadelingsbedrag. De rechtbank acht deze boete passend en evenredig. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat het van eiser verwacht mag worden dat hij contact opneemt met verweerder bij wijzigingen die van belang kunnen zijn voor het recht op kinderbijslag. Dat eiser de verhuizing van zijn kinderen enkel bij de gemeente heeft gemeld, komt voor zijn rekening en risico. De door verweerder aangenomen verminderde verwijtbaar in verband met de ziekte van eiser acht de rechtbank redelijk. In hetgeen eiser in beroep heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen aanleiding om de boete verder te matigen dan wel kwijt te schelden. Gelet op het voorgaande is het beroep, voor zover gericht tegen de boete, ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen