Rb. Den Haag 1 februari 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:689
Griekenland, internationale bescherming, niet-ontvankelijk, interstatelijk vertrouwensbeginsel, AMKA-nummer, sociaal zekerheidsnummer, toegang tot gezondheidszorg, AIDA-rapport, opvangmogelijkheden, Vluchtelingenwerk Nederland, EVRM, Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, EHRM, interim measure, toegang tot voorzieningen, het arrest Ibrahim, toestand van zeer verregaande materiële deprivatie, juridische en/of feitelijke situatie in Griekenland voor statushouders, Griekse autoriteiten, onverschillig, kwetsbare persoon, Popov tegen Frankrijk, alleenstaande ouder met jonge kinderen Uit de interim measure van het EHRM in de zaak Alaa Asaad e.a. tegen Nederland (nr. 31007/20) van 28 juli 2020, die verlengd is tot 5 oktober 2020 en op 16 oktober 2020 is toegewezen en verlengd 'until further notice' is op te maken dat het EHRM geïnteresseerd is in de vraag of en zo ja hoe de statushouders in Griekenland in het bezit kunnen komen van een verblijfsvergunning. Deze interim measure gaat over een vreemdeling aan wie internationale bescherming is verleend ná het vertrek van die vreemdeling uit Griekenland. In het geval dat de Griekse autoriteiten in Eurodac hebben geregistreerd dat er een verblijfsvergunning is verstrekt aan een statushouder, is dus wel degelijk relevant of de statushouder door de Griekse autoriteiten bewust is gemaakt van het feit dat een verblijfsvergunning is verleend en of zij daarvan daadwerkelijk papieren hebben verstrekt omdat documentloosheid in Griekenland zal belemmeren in het aldaar verkrijgen van toegang tot voorzieningen. De Afdeling heeft op 6 januari 2021 (202005934/1/) vragen heeft gesteld aan verweerder over het AIDA rapport van 23 juni 2020 inzake de juridische positie en de feitelijke situatie van statushouders in Griekenland. De voorzieningenrechter acht het op dit moment in zaken betreffende statushouders uit Griekenland niet opportuun om uitspraak te doen op het beroep. Bij de beoordeling van het beroep van verzoeker zal de uitspraak van de Afdeling worden betrokken. Daarbij wordt opgemerkt dat deze rechtbank, zittingsplaats 's-Hertogenbosch het onderzoek in beroepszaken zal aanhouden tot het EHRM uitspraak heeft gedaan in zaken waarin het statushouders uit Griekenland betreft die onder de reikwijdte van de door het EHRM getroffen interim measure vallen, te weten een alleenstaande ouder met kinderen. In het geval van verzoekster is hiervan geen sprake.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 28 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:179
- ABRvS 17 juni 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1382
- ABRvS 22 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1102
- ABRvS 15 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2385
- ABRvS 30 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1792
- ABRvS 30 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1793
- ABRvS 30 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1794
- ABRvS 30 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1795
- EHRM 30 mei 2017, ECLI:CE:ECHR:2017:0530DEC007948013
- EHRM 27 augustus 2013, ECLI:CE:ECHR:2013:0827DEC004052410
- EHRM 19 januari 2012, ECLI:CE:ECHR:2012:0119JUD003947207