Rb. Den Haag 28 januari 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:600
Vordering tot onverbindendverklaring van de in artikel 58p, lid 3 tot en met 5, Wpg geregelde wettelijke grondslag voor de tijdelijke verplichting voor reizigers tot het vóór vertrek naar Nederland aan de vervoerder overleggen van een negatieve PCR-testuitslag is niet toewijsbaar. Deze wettelijke bepalingen zijn, anders dan eisers betogen, niet onmiskenbaar onverbindend. Er bestaat geen aanleiding om de Staat op grond van de aangevoerde principiële bezwaren te verplichten eiseres sub 1 van die tijdelijke verplichting vrij te stellen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 10 Gw
- Artikel 11 Gw
- Artikel 22 Gw
- Artikel 94 Gw
- Artikel 58p Wet publieke gezondheid
- Artikel 6.7b Tijdelijke regeling maatregelen covid-19
- Artikel 2 EVRM
- Artikel 15 EVRM
- Artikel 12 BUPO
- Artikel 11 Europees Sociaal Handvest
- Artikel 23 Internationale Gezondheidsregeling (2005)
- Artikel 31 Internationale Gezondheidsregeling (2005)