Rb. Den Haag 15 april 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:4885
Betrokkene, aan wie de maatregel van terbeschikkingstelling was opgelegd, verbleef met een transmuraal verlofkader op de Forensisch Psychiatrische Afdeling van de zorgaanbieder. Betrokkene heeft op grond van artikel 10:3 Wvggz een klacht ingediend tegen een aantal beslissingen van de behandelaar om zijn bewegingsvrijheid te beperken. De klachtencommissie heeft de klacht gegrond verklaard. De zorgaanbieder heeft vervolgens beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank concludeert dat de klacht van betrokkene ziet op beslissingen van de zorgaanbieder op grond van artikel 50 lid 3 Beginselenwet ter beschikking gestelden (Bvt), te weten het intrekken van verlof wegens het niet nakomen van de transmurale verlofvoorwaarden door betrokkene. Eventuele klachten over het intrekken van verlof dienen op grond van artikel 56 Bvt ingediend te worden bij de beklagcommissie. Hieruit volgt dat de klachtencommissie niet bevoegd was om deze klacht van betrokkene in behandeling te nemen en zich onbevoegd had moeten verklaren. Het beroep van de zorgaanbieder is dan ook gegrond. De rechtbank vernietigt de bestreden beslissing van de klachtencommissie en verklaart de klachtencommissie onbevoegd om kennis te nemen van de klacht van betrokkene en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde beslissing.
De uitspraak op rechtspraak.nl