Rb. Den Haag 14 april 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:4690
Verweerder heeft de aanvraag van eiseres, waaronder mede begrepen haar vier minderjarige kinderen, afgewezen als ongegrond. Verweerder heeft niet geloofwaardig bevonden dat eiseres is gevlucht wegens aanstaande besnijdenis. Verweerder heeft niet in strijd gehandeld met artikel 3.113, tweede lid, van het Vb of artikel 16 van de Procedurerichtlijn. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat verweerder gelet op de ongerijmde, algemene en summiere verklaringen het relaas niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft bevonden. Eiseres heeft onder meer geen informatie overgelegd waaruit anders dan de door verweerder overgelegde algemene informatie blijkt dat vrouwenbesnijdenis gebruikelijk is binnen haar bevolkingsgroep. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl