Rb. Den Haag 3 februari 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:2685

Naar aanleiding van de levering van een bedrijfspand aan eiser is € 120.000 overdrachtsbelasting op aangifte voldaan. In geschil is of eiser recht heeft op teruggaaf van de voldane overdrachtsbelasting op grond van artikel 19, eerste lid, van de WBR. Eiser stelt dat als gevolg van het in vervulling gaan van een ontbindende voorwaarde recht bestaat op teruggaaf van overdrachtsbelasting. De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van een levering onder ontbindende voorwaarde in goederenrechtelijke zin. In de notariële koopovereenkomst zijn weliswaar ontbindende voorwaarden opgenomen, maar die zijn bewust niet opgenomen in de akte van levering. Ook het beroep van eiser op artikel 3:84, vierde lid, van het BW leidt niet tot een ander oordeel. Ook het subsidiaire standpunt van eiser slaagt niet. Het beroep van eiser op het vertrouwens- en evenredigheidsbeginsel slaagt evenmin. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen