Rb. Den Haag 30 december 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:15495

Buiten behandeling stelling vanwege MOB-melding door COA Verweerder heeft de aanvraag van eiser buiten behandeling gesteld omdat eiser volgens het COA met onbekende bestemming zou zijn vertrokken. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiser toegelicht dat eiser de opvang van het COA heeft verlaten, maar dat eiser nog in Nederland verblijft en dat de gemachtigde contact heeft met eiser. Uit het dossier valt niet af te leiden dat aan eiser een periodieke meldplicht is opgelegd. Ook kan uit het dossier niet worden afgeleid dat eiser als MOB vertrokken is geregistreerd omdat hij zich niet heeft gehouden aan de meldplicht. Gelet op artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder c van de Vw, jo. artikel 54, eerste lid, onder f, van de Vw, jo artikel 4.51, eerste lid, onder b, van het Vb en de Vc, betekent eisers vertrek uit de opvang dat de politie een adrescontrole had moeten uitvoeren, en dat de politie het daadwerkelijke vertrek van eiser moest vaststellen. Verweerder heeft niet betwist dat dit niet is gebeurd. Ook volgt uit het dossier niet dat de Korpschef de IND en DT&V over het vertrek van eiser heeft geïnformeerd. Onder deze omstandigheden kan niet worden gesteld dat eiser is verdwenen of met onbekende bestemming is vertrokken. Daarom had verweerder de aanvraag van eiser niet op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw buiten behandeling mogen stellen. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen