Rb. Den Haag 1 november 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:14762
Het beroep is ongegrond omdat eiser geen gegevens heeft overgelegd van zijn facilitator in het kader van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking “arbeid als zelfstandige” (in een start-up). Zowel in de aanvraag- en bezwaarfase is eiser in de gelegenheid gesteld informatie te verschaffen over zijn facilitator. Eiser is daar niet in geslaagd, ook niet in de beroepsprocedure. De rechtbank is van oordeel dat eiser genoeg tijd heeft gehad om de nodige gegevens over te leggen. Dat eiser een ondernemingsplan heeft overgelegd leidt niet tot een ander oordeel.
De uitspraak op rechtspraak.nl