Rb. Den Haag 16 december 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:14732
De BV heeft een onroerende zaak voor een te laag bedrag overgedragen aan de kinderen van de dga. Voor de overdracht moet worden aangesloten bij de hogere waarde in het economisch verkeer ten tijde van de levering. De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat al eerder een perfecte koopovereenkomst tot stand is gekomen waarin een veel lagere (zakelijke) prijs is bepaald en dat daarvan uit moet worden gegaan; aan die koopovereenkomst is nooit concreet uitvoering gegeven en uiteindelijk is iets heel anders geleverd dan in de koopovereenkomst was bepaald. Verweerder heeft in dit verband terecht een winstcorrectie bij de BV toegepast en ook terecht belastbare inkomsten uit aanmerkelijk belang bij de dga in aanmerking genomen. Er is sprake van omkering van de bewijslast. De aanmerkelijk belang correctie berust naar het oordeel van de rechtbank op een redelijke schatting, de Vpb-correctie niet; die moet worden verminderd. (Beroep in zoverre gegrond.)
De uitspraak op rechtspraak.nl