Rb. Den Haag 26 november 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:14730
De rechtbank is van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat Tunesië kan worden aangemerkt als veilig land van herkomst. De rechtbank stelt vast dat deze rechtbank en zittingsplaats reeds op 26 mei 2021 (ECLI:NL:RBNHO:2021:4337) heeft geoordeeld dat de aanwijzing van Tunesië als veilig land van herkomst op 6 mei 2021 niet conform de Procedurerichtlijn is gegaan. Vervolgens heeft deze rechtbank en zittingsplaats op 29 juli 2021 (ECLI:NL:RBNHO:2021:6426) geoordeeld dat verweerder in het licht van de staatsgreep van 25 juli 2021 niet zonder nadere motivering kon vasthouden aan het standpunt dat Tunesië als veilig land van herkomst kon worden aangemerkt. Verder volgt uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 7 april 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:738) dat verweerder tussen de periodieke herbeoordeling van landen als veilig land van herkomst door de situatie in een land monitoren. Daarbij moeten verslechteringen in een land voortdurend in de gaten gehouden worden. Het standpunt van verweerder dat het in Tunesië nu weer veilig en rustig is, is niet onderbouwd.
De uitspraak op rechtspraak.nl