Rb. Den Haag 22 december 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:14254
IKO. Suriname. Na echtscheiding moeder benoemd tot voogd en vader tot toeziend voogd. Moeder heeft de kinderen met toestemming van vader voor een vakantie mee naar Nederland genomen. Moeder is niet teruggekeerd naar Suriname. De toeziende voogdij naar Surinaams recht houdt niet in dat aan de vader een gezagsrecht toekomt in de zin van artikel 7 lid 2 onder a van het (analoog toegepaste) Verdrag. Het feit dat een door de rechter vastgestelde omgangsregeling van kracht is en de vader een actieve rol speelt in het leven van de kinderen, maakt dat niet anders, omdat dergelijk intensief contact en betrokkenheid bij het leven van de kinderen immers ook mogelijk is zonder formeel gezag. Dat betekent dat de moeder geen toestemming van de vader nodig had voor de verhuizing van de kinderen naar Nederland. Naar het oordeel van de rechtbank is dus geen sprake van ongeoorloofde vasthouding in de zin van het Verdrag.
De uitspraak op rechtspraak.nl