Rb. Den Haag 3 november 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:11921
Overheidsaansprakelijkheid. Staat wordt primair aansprakelijk gesteld in verband met toezicht voogd op pleeggezin waarin eiseres is misbruikt in 1958-1968. Het verjaringsverweer met betrekking tot de primaire vorderingen slaagt. Bij beoordeling van de subsidiaire vorderingen, die zich richten tegen de beslissing van de civiele kamer van de commissie van het Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) op grond van het Statuut voor de buitengerechtelijke afhandeling van civiele vorderingen tot schadevergoeding in verband met seksueel misbruik van minderjarigen in instellingen en pleeggezinnen (bijlage Kamerstukken II 2012-2013, 33 435, nr. 12), wordt aangeknoopt bij het toetsingskader dat geldt voor beoordeling door de civiele rechter van een bindend advies. Afwijzing subsidiaire vorderingen.
De uitspraak op rechtspraak.nl