Rb. Den Haag 29 oktober 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:11835
Niet in geschil dat eiseres en haar minderjarige kind worden aangemerkt als bijzonder kwetsbaar in de zin van het arrest Tarakhel. De rechtbank is van oordeel dat de door eiseres overgelegde informatie onvoldoende grond biedt voor het oordeel dat de toepassing van de asielprocedure, de opvangvoorzieningen dan wel de leefomstandigheden in Italië, sinds het M.T-arrest en het A.B.-arrest, zodanig zijn dat op basis daarvan zou moeten worden geconcludeerd dat Italië de internationale verplichtingen niet nakomt en dat sprake is van een situatie als bedoeld in het arrest Jawo. Ook het persoonlijk relaas van eiseres geeft daartoe geen aanleiding. Verweerder heeft zich naar het oordeel van de rechtbank in redelijkheid en deugdelijk gemotiveerd op het standpunt gesteld dat niet is gebleken van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat de overdracht van eiseres en haar dochter van een onevenredige hardheid getuigt of dat een bijzonder samenstel van factoren maakt dat de behandeling van de asielverzoeken in Nederland voor de hand ligt.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Overijssel 26 mei 2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:2146
- EHRM 20 april 2021, ECLI:CE:ECHR:2021:0420DEC004110019
- EHRM 23 maart 2021, ECLI:CE:ECHR:2021:0323DEC004659519
- ABRvS 25 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:464
- ABRvS 21 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3044
- ABRvS 15 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2449
- ABRvS 3 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:238
- EHRM 4 november 2014, ECLI:CE:ECHR:2014:1104JUD002921712
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2019:218