Rb. Den Haag 25 oktober 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:11802

Bewaring – opheffing en invrijheidstelling na ambtshalve onderzoek en ambtshalve vaststelling dat bewaring niet rechtmatig is – eiser is niet verschenen ter zitting maar heeft geen afstand gedaan van zijn recht om door de rechter in persoon op zijn verzoek tot invrijheidstelling te worden gehoord – ter zitting heeft verweerder medegedeeld dat de feitelijke uitzetting later die dag zal plaatsvinden en dat er “afspraken” zijn dat de vreemdeling in dat geval niet naar de rechtbank gaat - de rechtbank acht het kwalijk dat DT&V -kennelijk- eigenhandig en in ieder geval buiten de rechtbank om voorkomt dat eiser gebruik kan maken van zijn recht om gehoord te worden - het is niet aan DT&V en/of het DTC en/of verweerder om vanwege praktische redenen het recht van eiser om door de rechter in persoon gehoord te worden te ontnemen als eiser feitelijk in Nederland verblijft op het moment dat de behandeling ter zitting plaatsvindt. Dat dit -kennelijk- een vaste handelwijze betreft en hiertoe -kennelijk- door diverse ketenpartners ook afspraken zijn gemaakt maakt dit niet anders. Doordat het eiser feitelijk niet is toegestaan om het DTC te verlaten en met DVO naar de rechtbank te komen om gehoord te worden is in de onderhavige procedure een essentiële waarborg in de procedure om op te komen tegen vrijheidsbeneming op vreemdelingrechtelijke gronden geschonden. De rechtbank overweegt dat dit, in de omstandigheden zoals hier aan de orde, een dermate ernstig gebrek is dat voor een belangenafweging geen plaats is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen