Rb. Den Haag 14 juli 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:7921
Voor zover eiser heeft beoogd aan te voeren dat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gewerkt aan zijn uitzetting uit Nederland en het hem zelf is gelukt eerder te vertrekken dan de datum waarop verweerder een vertrek had geregeld, is de rechtbank van oordeel dat eiser hierin niet wordt gevolgd. Verweerder heeft op 19 mei 2020 een vlucht aangevraagd voor eiser. Dit is voldoende voortvarend. Dat eiser op 25 mei 2020 te kennen heeft gegeven dat hij niet tot 11 juni 2020 wilde wachten op een vlucht en vervolgens met hulp van zijn familie en de diplomatieke vertegenwoordiging een vlucht op een eerdere datum heeft geboekt, maakt niet dat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gehandeld.
De uitspraak op rechtspraak.nl