Rb. Den Haag 30 januari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:781
Internationale kinderontvoering. Verzoek tot teruggeleiding afgewezen. Er is sprake van kinderbeschermingsmaatregelen die het gezag van de ouders beperken. De door de rechtbank verleende machtiging tot uithuisplaatsing geeft aan de gecertificeerde instelling de bevoegdheid om de minderjarige in het kader van de (voorlopige) ondertoezichtstelling elders dan bij de ouders te laten verblijven. Het verblijf van de minderjarige in het pleeggezin in Nederland werd en wordt gesanctioneerd door rechterlijke beslissingen, zodat er geen sprake van is dat de minderjarige door de gecertificeerde instelling in Nederland ongeoorloofd wordt vastgehouden. Niet voldaan aan artikel 20, tweede lid, Brussel II-bis: de in het buitenland gegeven beslissing ziet niet op hetzelfde terrein als waar de voorlopige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing op zijn gericht, namelijk op de bescherming van de minderjarige in verband met een ernstige bedreiging in haar ontwikkeling. De rechtbank verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van de verzoeken van de ouders tot het treffen van een voorlopige voorziening en opheffing van de kinderbeschermingsmaatregelen.
De uitspraak op rechtspraak.nl