Rb. Den Haag 29 juni 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:5959

Statushouder Griekenland – opvolgende aanvraag – bijzondere kwetsbaarheid als nieuw element of bevinding – interventie derde partij bij procedure EHRM, beoordeling standpunten van deze derde partij – rechtbank houdt de behandeling niet aan in verband met de interim measure van het EHRM - beroep ongegrond. Eiser heeft in 2019 een eerste aanvraag ingediend om aannemelijk te maken dat van hem niet kan worden gevergd naar Griekenland te gaan om zijn rechten als statushouder te effectueren en genieten. Eiser is rolstoelafhankelijk, leidt aan ernstig vaatlijden en heeft psychische klachten. Er is sprake van een opvolgende aanvraag en dus zal de rechtbank de situatie van statushouders in Griekenland en de persoonlijke situatie van eiser niet beoordelen als ware het een eerste aanvraag of een verkapt hoger beroep ten opzichte van de uitspraak van de Afdeling van 6 maart 2019. Primair staat ter beoordeling of verweerder zich, gelet op hetgeen eiser heeft aangevoerd, terecht op het standpunt heeft gesteld dat er geen sprake is van wezenlijke veranderingen ten opzichte van de eerste procedure. Het is aan eiser om dit te stellen en aannemelijk te maken en anders dan eiser stelt niet aan verweerder om zich ervan te vergewissen hoe de situatie van statushouders in Griekenland en van eiser in het bijzonder is. Eiser heeft een beroep gedaan op de interventie van RSA & PROASYL in de procedure bij het EHRM inzake Darwesh and Others v. the Netherlands en heeft daarbij gesteld dat uit hun schriftelijke standpunt volgt dat het eiser zou moeten worden toegestaan om in Nederland een asielaanvraag in te dienen. De rechtbank stelt vast dat eiser heeft nagelaten om aan te geven in hoeverre uit deze submissions volgt dat de situatie voor statushouders in Griekenland is gewijzigd ten opzichte van de vorige procedure. De rechtbank acht zich echter bevoegd en bovendien gehouden een volledig en ex nunc onderzoek te verrichten om te kunnen beoordelen of eiser bij terugkeer naar Griekenland in een situatie komt die in strijd is met artikel 3 EVRM of artikel 4 Handvest. Daarom zal de rechtbank desondanks de inhoud van de submissions en de overige kort voor de zitting overgelegde stukken integraal bij de beoordeling betrekken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken