Rb. Den Haag 22 mei 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:4526

De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte. De rechtbank heeft in haar overwegingen niet slechts de overschrijding van de redelijke termijn, maar ook de houding van het Openbaar Ministerie, de aard en ernst van de ten laste gelegde feiten, het verdedigingsbelang en het belang van waarheidsvinding betrokken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken