Rb. Den Haag 26 maart 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:4194
In geschil is of verweerder de ANBI-status van eiseres terecht heeft ingetrokken. Meer specifiek is in geschil of eiseres na de herstructurering van haar activiteiten nog als ANBI kan worden aangemerkt. Tussen partijen is niet in geschil dat de activiteiten van eiseres na de herstructurering enkel bestaan uit beleidstaken dan wel taken op concernniveau en dat de daadwerkelijke zorg wordt verleend vanuit de BV’s. De rechtbank overweegt dat de activiteiten van eiseres voor het kunnen functioneren van de BV’s wellicht onontbeerlijk zijn, maar dat dit niet maakt dat die activiteiten transformeren naar activiteiten op het vlak van gezondheidszorg. Er is geen sprake van het rechtstreeks dienen van het algemeen nu als bedoeld in artikel 5b, derde lid, onder e en f van de Awr. Voor de door eiseres bepleite doorkijkbenadering of groepsbenadering ziet de rechtbank geen aanknopingspunten in de wettelijke regeling dan wel de parlementaire geschiedenis. Het primaire standpunt van eiseres slaagt niet. Ook het beroep van eiseres op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet. Het beroep wordt ongegrond verklaard
De uitspraak op rechtspraak.nl