Rb. Den Haag 28 april 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:3867

Woz waarde van een perceel/bouwterrein deel uitmakend van een gemeentelijk parkeerterrein. De door de gemeente Alphen aan den Rijn vastgestelde Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen 2019 (de Verordening) kent in artikel 4 een aantal zogenoemde ‘vrijstellingen’ op grond waarvan bij de bepaling van de heffingsmaatstaf de waarde van bepaalde onroerende zaken buiten beschouwing wordt gelaten. In artikel 4, lid 1, onder f, van de Verordening is een dergelijke uitzondering opgenomen voor ‘openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken’. Deze bepaling in de Verordening is in overeenstemming met het bepaalde in artikel 2, lid 1, onder d, van de “Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten Wet waardering onroerende zaken”. Deze regeling is ter uitvoering van het bepaalde in artikel 18, vierde lid, van de Wet WOZ, ingevolge (delen van) onroerende zaken buiten aanmerking worden gelaten bij de waardebepaling. Waar het in dit geval op aankomt is de vraag of met betrekking tot het perceel sprake is van een “openbare landweg” en dus van een vrijstelling als hiervoor vermeld. Voor het begrip openbare landwegen moet, gelet op het arrest van de Hoge Raad van 21 september 2001 (ECLI:NL:HR:2001:AD3522), aangesloten worden bij de definitie die daarvan wordt gegeven in de Wegenwet. Op grond van artikel 4, eerste lid, aanhef en onder III van de Wegenwet is een weg (onder meer) openbaar wanneer daaraan de bestemming van openbare weg is gegeven. Het eigendomsrecht is daarvoor dus niet beslissend. Ter zitting is door eiseres gesteld dat het perceel op 1 januari 2019 nog in gebruik was als openbaar parkeerterrein van de gemeente, waar tegen betaling van parkeerbelasting geparkeerd kon worden. Eiseres heeft deze stelling ook onderbouwd met foto’s. Op deze foto’s is een bestraat wegdek/terrein waarneembaar met geparkeerd staande auto’s en een parkeerautomaat. Verweerder heeft een en ander niet weersproken. De rechtbank acht het voldoende aannemelijk dat het betreffende parkeerterrein voor elke wegegebruiker algemeen toegankelijk is, zonder enige vorm van afsluiting of enigerlei beperking in de toegang en in verbinding staat met aangrenzende openbare straten van de gemeente Alphen aan den Rijn. Alsook dat dit overeenkomt met de bestemming van openbaar parkeerterrein. Daarom kwalificeert dat parkeerterrein als openbare weg en valt het perceel als onderdeel daarvan onder de vrijstelling. Woz-waarde gesteld op nihil. Ozb-aanslag vernietigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken