Rb. Den Haag 9 april 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:3293
Verweerder heeft uitgaande van het in december 2018 gedane verzoek om draagkrachtvaststelling het verzoek terecht eerst per 1 januari 2019 toegewezen. Draagkrachtmeting voor reeds vervallen termijnen is niet mogelijk. Eisers standpunt dat hij door een Oostenrijkse schuldsanering in juli 2008 bevrijd is van de studieschuld die hij vanaf 2002 bij DUO heeft opgebouwd, wordt verworpen. Eiser heeft onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan moet worden geoordeeld dat verweerder valt onder de gestelde werking van de schuldsanering naar Oostenrijks recht. Afgezien daarvan bestaat ook anderszins geen grond voor het door eiser beoogde resultaat. Ten tijde van de gestelde schuldsanering was DUO geen schuldeiser maar een debiteur die jegens eiser verplicht was betalingen te verstrekken. De terugbetalingsverplichting van eiser begon eerst op 1 januari 2012. Op het moment van het saneringsbesluit was er dan ook geen sprake van een opeisbare schuld die gesaneerd kon worden.
De uitspraak op rechtspraak.nl