Rb. Den Haag 9 januari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:319

Ontslag op grond van artikel 94, eerste lid, aanhef en onder h, Barp. De formulering van de ontslagbepaling staat niet in de weg aan het toepassen van deze ontslaggrond na de datum waarop de politieambtenaar de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt. Het feit dat verweerder heeft verzuimd eiser in de aanloop naar de datum waarop hij de AOW-gerechtigde leeftijd bereikte, te informeren over de gevolgen van het bereiken van deze leeftijd voor zijn dienstverband en daarover een besluit te nemen, betekent niet dat verweerder ten aanzien van eiser niet alsnog volgens zijn gedragslijn met betrekking tot het doorwerken na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd een belangenafweging mocht maken. Geen onvoorwaardelijke toezegging van een daartoe bevoegd persoon dat eiser nog lager mocht blijven doorwerken. Verweerder heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de boventalligheid en onderbezetting binnen het korps als geheel, maken dat een verdergaande afwijking van de gedragslijn dan verweerder heeft gedaan, in de situatie van eiser niet is gerechtvaardigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen