Rb. Den Haag 7 januari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:304

Het advies van de Raad voor de Kinderbescherming zoals bedoeld in artikel 1:265j, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, ontbreekt. Het perspectief van de minderjarige is nog onduidelijk en er wordt al geruime tijd gesproken over de noodzaak van een onderzoek naar een gezagsbeëindigende maatregel van de moeder. De machtiging uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp wordt voor een korte termijn toegewezen omdat de kinderrechter zich, gelet op het voorgaande, onvoldoende voorgelicht acht om een beslissing over de gehele verzochte termijn te nemen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen