Rb. Den Haag 25 februari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:1552

Vaststelling subsidie op grond van het beleidskader ‘Eerstelijnscentra in grootschalige nieuwbouwlocaties’ over het jaar 2016 op nihil. “De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat uit het Beleidskader volgt dat om in aanmerking te komen voor vaststelling van de subsidie conform de subsidieverlening in ieder geval in 2016 een multidisciplinair zorgaanbod (van minimaal drie disciplines) moet zijn gestart, het zorgcentrum open moet staan voor alle inwoners, het zorgaanbod geïntegreerd moet zijn en er een zorgaanbodplan moet liggen. Verweerder heeft in redelijkheid kunnen oordelen dat dit zo moet worden begrepen dat het multidisciplinair zorgaanbod daadwerkelijk kan worden verleend aan patiënten en dat voor potentiële patiënten de mogelijkheid openstaat om zich als patiënt bij het centrum in te schrijven. Eiser heeft weliswaar gesteld dat zich in 2016 al patiënten hebben aangemeld om zich in te schrijven, maar hij heeft dit niet aangetoond of aannemelijk gemaakt. Niet in geschil is dat het gezondheidscentrum eerst in 2017 is geopend. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat uiterlijk 31 december 2016 sprake is geweest van een multidisciplinair zorgaanbod. Daaraan doet niet af dat voorafgaande aan de opening eenmalig door een arts aan één patiënt zorg is verleend.” “Gelet hierop was verweerder ingevolge artikel 4:46, tweede lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht bevoegd de subsidie over het jaar 2016 vast te stellen op nihil op de grond dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet uiterlijk 31 december 2016 geheel zijn verricht.”

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken