Rb. Den Haag 13 november 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:11552

Vrijheidsbeperkende maatregel gekoppeld aan plaatsing in de HTL – maatregel bevat geen gronden – beroep gegrond. De M108-A vermeldt de mogelijkheid om acht verschillende gronden aan te kruisen. De rechtbank stelt vast dat er geen enkele grond is aangekruist. De rechtbank overweegt dat bij elke maatregel die de bewegingsvrijheid van de vreemdeling beperkt of ontneemt heeft te gelden dat de maatregel niet alleen zorgvuldig moet worden voorbereid maar ook deugdelijk moet worden gemotiveerd. Hierbij heeft in ieder geval te gelden dat de gronden van de maatregel expliciet moeten worden gegeven en deze gronden ook worden voorzien van een deugdelijke motivering. Tevens moet in de maatregel worden gemotiveerd waarom niet kan worden volstaan met een alternatieve –lichtere- verplichting zoals bijvoorbeeld de oplegging van enkel een meldplicht. Weliswaar wordt een artikel 56 Vw-maatregel geregeld opgelegd bij wijze van een lichter middel voor de maatregel van bewaring. Echter ook ten aanzien van de vrijheidsbeperkende maatregel heeft te gelden dat in de maatregel deugdelijk moet worden gemotiveerd waarom het doel dat wordt beoogd niet met een ander middel kan worden bereikt. De rechtbank overweegt dat de argumenten die eiser in zijn gehoor voorafgaand aan oplegging van de maatregel heeft genoemd om af te zien van oplegging van de maatregel –kenbaar- moeten worden betrokken en gewogen bij de beslissing om de maatregel op te leggen. De rechtbank overweegt dat de maatregel niet is voorzien van een deugdelijke motivering omdat geen enkele grond is aangekruist. Weliswaar is de maatregel wel voorzien van een feitelijke toelichting, echter dit is een toelichting op de gronden, die in deze maatregel dus ontbreken. Dit gebrek maakt de maatregel van aanvang af onrechtmatig.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken