Rb. Den Haag 6 november 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:11372

Meervoudige kamer. Eiser is in strijd met het bepaalde in artikel 28, eerste lid, van de Wbtv niet gehoord met een beëdigde tolk. Verweerder kan niet volstaan met een mededeling van de strekking dat sprake was van spoed en dat daarom geen gebruik is gemaakt van een beëdigde tolk. Verweerder kan dan alleen gebruik maken van een niet beëdigde tolk als een dergelijke tolk niet tijdig beschikbaar is. Gesteld noch gebleken is dat er ten tijde van het gehoor daadwerkelijk geen beëdigde tolk beschikbaar was. Het is vaste jurisprudentie van de Afdeling dat bij schending van artikel 28 van de Wbtv de rechtbank het beroep gegrond moet verklaren en het bestreden besluit moet vernietigen. Uit recentere uitspraken van de Afdeling, blijkt echter dat de rechtbank onder bepaalde omstandigheden bij een schending van de hiervoor genoemde bepaling kan beoordelen of dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht kan worden gepasseerd. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit deze uitspraken dat daar alleen ruimte voor bestaat als de vreemdeling niet in zijn belangen kán zijn geschaad. In het geval van eiser kan niet worden vastgesteld dat hij evident niet in zijn belangen is geschaad.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken