Rb. Den Haag 15 oktober 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:10896

Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties voor het gereglementeerd beroep advocaat. Kwalificatie van eiser als ‘avocat’ (produit infini), in plaats van ‘avocat à la Cour’ (produit fini), is onvoldoende om in aanmerking te komen voor erkenning van de beroepskwalificaties voor het gereglementeerde beroep advocaat en de onvoorwaardelijke inschrijving als advocaat op het Nederlandse tableau. De rechtbank oordeelt dat de weigering van de erkenning van de beroepskwalificaties niet in strijd is met de Diplomarichtlijn en de Vestigingsrichtlijn. Evenmin is sprake van strijd met het recht op vrij verkeer van werknemer conform artikel 45 van het EU-werkingsverdrag (VwEU). De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen