Rb. Den Haag 15 juli 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:9893

Intrekking asielvergunning, openbare orde. Daadwerkelijke actuele bedreiging, onevenredige hardheid, gedoogsituatie, belangenafweging, inreisverbod. Vreemdelingenwet 2000: 29, 32 Vreemdelingenbesluit 2000: 3.105f, 3.86 Samenvatting: De asielvergunning van eiser, van Eritrese nationaliteit, is ingetrokken vanwege een veroordeling vanwege meerdere misdrijven. Verweerder heeft meegedeeld dat eiser niet zal worden uitgezet. Verweerder heeft bij zijn beoordeling of sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van de openbare orde die een fundamenteel belang van de samenleving aantast, alle bij hem bekende feitelijke en juridische gegevens betrokken die zien op de situatie van eiser in relatie met de door hem gepleegde strafbare feiten, zoals onder meer de aard en ernst van die strafbare feiten en het tijdsverloop sinds het plegen daarvan. De strafrechter heeft bij vonnis uit 2017 vastgesteld dat bij eiser een hoog recidiverisico aanwezig is en dat hij tijdens het plegen van de misdrijven volledig toerekeningsvatbaar was. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit recidiverisico is afgenomen, of dat sprake is van een gedragsverandering. Niet gesteld of gebleken is dat eiser niet aan zijn vertrekplicht kan voldoen. Dat het verblijf van eiser in Nederland door het bestreden besluit illegaal wordt, is niet een zodanige bijzondere omstandigheid dat verweerder van intrekking van de verblijfsvergunning had moeten afzien. Er is geen causaal verband tussen de intrekking van de verblijfsvergunning en de toegang tot behandeling en begeleiding om tot recidivevermindering te komen, omdat eiser voor deze hulp niet aan Nederland gebonden is. Het beroep is ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen