Rb. Den Haag 18 september 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:9765
Overheidsaansprakelijkheid. Erfpacht op Texel. Collectieve actie. Procedure tussen collectieve belangenorganisatie en individuele erfpachters op Texel (eisers) enerzijds en Staatsbosbeheer en de Staat (het Rijksvastgoedbedrijf) anderzijds. Geschil over waardebepaling van bloot eigendom bij verkoop van in erfpacht uitgegeven grond aan erfpachter, de voorwaarden van een aanbod tot heruitgifte of voortzetting van het erfpachtrecht naar aanleiding van aanbiedingen die Staatsbosbeheer aan erfpachters op Texel in 2016 heeft gedaan. Eisers zijn het niet eens met het uitgangspunt van Staatsbosbeheer en het Rijksvastgoedbedrijf dat bij de waardering van het bloot eigendom de waardestijging van de grond voor de duur van de erfpachtovereenkomst toekomt aan de erfverpachter. Zij hebben ook bezwaar tegen de Staatsbosbeheer en het Rijksvastgoedbedrijf gehanteerde taxatiemethodes. Volgens eisers is het aanbod tot koop van Staatsbosbeheer niet gebaseerd op een marktconforme prijs van het bloot eigendom en geeft het Rijksvastgoedbedrijf alleen goedkeuring aan voorgenomen aanbod van Staatsbosbeheer tegen een te hoge, niet-marktconforme prijs. En eisers vinden de door Staatsbosbeheer gehanteerde voorwaarden voor de uitgifte en voorzetting niet redelijk. Tekortschieten van Staatsbosbeheer in de nakoming van erfpachtovereenkomsten, onrechtmatig handelen Staatsbosbeheer en het Rijksvastgoedbedrijf? Schending redelijkheid en billijkheid, algemene beginselen van behoorlijk bestuur, misbruik van omstandigheden, artikelen 1 EP, 24 Mededingingswet? Tussenvonnis. De rechtbank verwerpt het standpunt van eisers dat de waardestijging van de grond bij verkoop van het bloot eigendom van de erfverpachter aan de erfpachter evenredig tussen verkoper en koper moet worden verdeeld. Rechtbank is voornemens een deskundige te benoemen, onder meer in verband met de vraag of bij het aanbod en de prijstoets die Staatsbosbeheer heeft gedaan, respectievelijk het Rijksvastgoedbedrijf hebben verricht (voldoende) rekening is gehouden met de bebouwde staat van de getaxeerde percelen en er voldoende rechtvaardiging was voor een generieke verhoging van een eerder voorgenomen aanbod van Staatsbosbeheer dat het Rijksvastgoedbedrijf heeft afgekeurd.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 22 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 130 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 5:85 BW5
- Artikel 3:12 BW3
- Artikel 3:14 BW3
- Artikel 3:52 BW3
- Artikel 3:303 BW3
- Artikel 3:305a BW3
- Artikel 24 Mededingingswet
- Artikel 3 Wet verzelfstandiging Staatsbosbeheer
- Artikel 1 Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden
Aangehaalde uitspraken
- HR 29 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:769
- Hof Arnhem-Leeuwarden 11 juni 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:CA2457
- Hof 's-Gravenhage 23 oktober 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BY0519
- HR 21 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW6135
- HR 17 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ2302
- Hof Arnhem 20 januari 2009, ECLI:NL:GHARN:2009:BJ1964
- Hof, ECLI:NL:GHARN:2013:CA2457