Rb. Den Haag 24 juli 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:7524
Geschil over een Benelux-merk, een logo, een handelsnaam en een domeinnaam na het faillissement van één van twee partijen die het logo, de handelsnaam en de domeinnaam samen gebruikten. Logo en domeinnaam zijn geen vermogensbestanddelen die in de faillissementsboedel vallen. Het aandeel van failliet in de handelsnaam valt wel in de faillissementsboedel. Bij gebreke van de in dit geval contractueel vereiste toestemming van de gewezen samenwerkingspartner voor verkoop ervan, ontbrak een geldige titel voor overdracht ervan in het kader van de doorstart van de failliet. Aanvraag tot inschrijving van het Benelux-merk door niet-failliete samenwerkingspartner na het faillissement is te kwader trouw gedaan, omdat het de aanvrager op grond van de nog geldende contractuele bepalingen met de failliet niet vrijstond die aanvraag eigenmachtig in eigen naam te doen. Schadevergoeding na afgebroken onderhandelingen. Geen vergoeding positief contractbelang, wel vergoeding van negatief contractsbelang.
De uitspraak op rechtspraak.nl